ontwerp & realisatie >> edening

mijn groen maastricht

Veelvoorkomende diersoorten

Er zijn verschillende diersoorten die beschermd zijn door de Wet Natuurbescherming (Wnb), die veel in en rond Maastricht voorkomen. Dit zijn soorten die leven in de buurt van de mens, in huizen of in bomen. Ook kunnen de soorten leven in de mergelgrotten of het overstromingsgebied van de Maas. Het kan zijn dat u deze soorten al eens gezien heeft. Maar ook als dat niet zo is, kan het goed zijn dat deze soorten in uw huis, tuin of nabije omgeving voorkomen. Omdat deze soorten beschermd zijn, mogen zij niet zomaar beïnvloed worden door onze handelingen. Meer informatie over de soorten die veel in of rond Maastricht voorkomen, vindt u hieronder. Er zijn overigens nog veel meer soorten beschermd in de wet, een overzicht welke dat zijn vindt u hier.

Gierzwaluw

Deze beschermde trekvogels zijn donker van kleur en hebben sikkelvormige vleugels. Gierzwaluwen jagen in de lucht op insecten en vliegen vooral in de middag en avond. Daarbij vliegen ze vaak in groepjes, hoog in de lucht en maken korte schreeuwende geluiden. Hun nesten maken ze in gebouwen, het liefst op plekken waar geen bomen direct naast staan. Het nest bevindt zich onder de dakgoot of dakpannen, achter een regenpijp of in een gat hoog in de muur.

Gierzwaluwen zijn in Nederland aanwezig vanaf half april tot en met eind juli, om te broeden. Daarna vertrekken ze naar Afrika om te overwinteren. In de broedperiode zijn ze gevoelig voor verstoring.

Het is verboden ze te vangen, doden of verhandelen of hun eieren te beschadigen of verwijderen. Bovendien zijn de nesten het hele jaar beschermd, omdat gierzwaluwen elk jaar terugkomen naar hetzelfde nest en weinig locaties geschikt zijn om een nieuw nest te kunnen maken. Daarom is het verplicht om voor alle handelingen die effect hebben op gierzwaluwen een ontheffing Wnb(*) aan te vragen.

Huismus

Deze beschermde vogels zijn klein, bruin en grijs van kleur en leven graag in de buurt van mensen. Huismussen eten onder andere insecten, zaden, bessen en bloemknoppen. Dit zoeken ze vooral bij elkaar in buitenwijken, tuinen en weilanden. Ze zijn voornamelijk ‘s ochtends actief, maar ook later op de dag nog.

Huismussen blijven het hele jaar in Nederland en blijven vaak hun leven lang op dezelfde plaats. Ze geven de voorkeur aan wijken met lage huizen, struikgewas en schuurtjes. Hun nest bouwen ze onder dakpannen, in spouwmuren, nestkastjes en muren met klimop. Ze broeden van eind maart tot eind augustus en hebben vaak meerdere nestjes per jaar.

Het is verboden huismussen te vangen, doden of verhandelen of hun eieren te beschadigen of verwijderen. Bovendien zijn de nesten het hele jaar beschermd, omdat ze elk jaar terugkomen naar hetzelfde nest en weinig locaties geschikt zijn om een nieuw nest te kunnen maken. Daarom is het verplicht om voor alle handelingen die effect hebben op huismussen een ontheffing Wnb(*) aan te vragen.

Steenuil

Deze beschermde roofvogels zijn maar 25cm groot. Ze zijn bruin met wit gevlekt en hebben felgele ogen. Steenuilen eten kleine prooien zoals muizen, kleine vogels, kevers en regenwormen. Hier jagen ze ‘s avonds laat en ‘s ochtends vroeg op, in velden en weilanden. Net als veel andere roofvogels maken deze kleine uilen braakballen. Dit zijn ballen van haren, botjes en andere onverteerbare delen van prooien.

Steenuilen blijven het hele jaar in Nederland en blijven hun leven lang in dezelfde omgeving. Ze komen voornamelijk voor in dunner bevolkt gebied, met veel afwisseling van huizen, schuurtjes en stallen, bomen en weilanden. Hier maken ze nesten in boomholtes, holtes in gebouwen of nestkasten. Ze broeden van half april tot half mei. Daarna vliegen de jongen uit maar worden nog een paar weken gevoerd door de ouders.

Het is verboden steenuilen te vangen, doden of verhandelen of hun eieren te beschadigen of verwijderen. Bovendien zijn de nesten het hele jaar beschermd, omdat ze het hele jaar het nest gebruiken als rust- en verblijfplaats. Daarom is het verplicht om voor alle handelingen die effect hebben op steenuilen een ontheffing Wnb(*) aan te vragen.

Steenmarter

Dit beschermde zoogdier is grijsbruin met een witte borst en een volle staart. Hij is zo groot als een slanke kat, maar met kortere pootjes. Steenmarters eten van alles, onder andere muizen, konijnen, insecten, vogels, eieren, vruchten en afval. Ze zoeken dit bij elkaar van zonsondergang tot zonsopgang.

Steenmarters zijn het hele jaar actief. De jongen worden in maart of april geboren en blijven tot de nazomer bij de ouders. Hun nest en rustplaats maken ze in of bij gebouwen, zoals op zolders, in kruipruimtes, spouwmuren of in boomholtes. Om hier te komen is een opening van 5 cm al groot genoeg. In het voorjaar en de zomer kunnen steenmarters in een gebouw luid gestommel veroorzaken, door spelende jongen of parende volwassenen. Ook zijn bij de rustplaats vaak latrines met uitwerpselen te vinden. En soms zijn er voedselvoorraden te vinden, of restanten van prooien zoals afgeknaagde duivenveren.

Het is verboden steenmarters opzettelijk te vangen of doden of om de nesten of rustplaatsen te beschadigen of vernielen. In Limburg geldt een vrijstelling voor het verjagen en afsluiten van rustplaatsen, van 15 augustus tot en met februari, op voorwaarde dat dit door een steenmarter specialist(*) uitgevoerd wordt. Hierbij mogen er geen steenmarters opgesloten of gevangen worden. Voor het vangen van steenmarters en andere handelingen die effect hebben deze dieren, of voor handelingen buiten de vrijgestelde periode, is men verplicht een ontheffing Wnb(*) aan te vragen.

Vleermuizen

Deze kleine, vliegende zoogdieren zijn meestal bruin, zwart of grijs van kleur en hebben leerachtige vleugels. Ze zijn erg herkenbaar door de fladderende manier van vliegen. Vleermuizen jagen op insecten zoals vliegen en muggen, maar soms ook kevers en vlinders. Gemiddeld eet een vleermuis ruim 300 insecten per nacht. Dit doen ze in de schemering rond zonsopgang en zonsondergang.

In Nederland komen 19 soorten vleermuizen voor, waarvan 14 in en rond Maastricht. Sommigen hiervan zijn vrij algemeen, zoals de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger, andere soorten zijn zeldzamer, zoals de baardvleermuis en vale vleermuis. Alle vleermuissoorten zijn beschermd in Nederland.

Verschillende vleermuissoorten hebben verschillende leefwijzen. Sommigen leven in kolonies, anderen vooral alleen. En sommige vleermuissoorten houden een diepe winterslaap, terwijl anderen bij zacht winterweer toch nog op jacht gaan. Ook zijn er boombewonende en gebouwbewonende soorten, of soorten die beide mogelijkheden gebruiken.

Vleermuizen in gebouwen

In gebouwen zoeken vleermuizen beschutte plekjes, waar de temperatuur stabiel is. Hiervoor zijn kleine openingen al voldoende, zoals open voegen naar de spouwmuur, spleten tussen muur en kozijn of openingen achter gevelbetimmering. Ook kunnen ze schuilen op zolders, onder dakpannen, achter luiken, in kelders of in nestkasten die aan het gebouw hangen.

In de schemering vliegen de dieren uit deze kleine openingen, om kort rond het gebouw te vliegen en vervolgens naar hun jachtgebied te gaan. Onder de openingen zijn soms kleine uitwerpselen te vinden die laten zien dat er vleermuizen aanwezig zijn. Veel vleermuizen hebben vaste verblijfplaatsen die ze steeds opnieuw gebruiken. Ze hebben vaak wel meerdere verblijfplaatsen, en wisselen deze locaties in periodes gedurende het jaar af.

Het is verboden vleermuizen opzettelijk te verstoren, te vangen of te doden. Ook is het verboden de verblijfplaatsen te beschadigen of vernielen, ook wanneer deze op dat moment tijdelijk niet in gebruik zijn. Bovendien is ook de omgeving beschermd die een vleermuis nodig heeft om te leven, zoals het jachtgebied en vaste vliegroutes. Daarom is het verplicht om voor alle handelingen die effect hebben op vleermuizen een ontheffing Wnb(*) aan te vragen.

Vleermuizen in bomen

In bomen verblijven vleermuizen in holtes zoals oude spechtengaten, gaten ontstaan door het afbreken van een tak of loshangende stukken schors. De vleermuizen hangen hierbij meestal bovenin het gat. In de schemering vliegen de dieren uit deze gaten, om naar hun jachtgebied te gaan. Soms zijn onder de openingen vleermuisuitwerpselen te vinden. Veel vleermuizen hebben vaste verblijfplaatsen die ze steeds opnieuw gebruiken. Ze hebben vaak wel meerdere verblijfplaatsen, en wisselen in periodes af tussen deze locaties.

Behalve als verblijfplaats zijn bomen voor vleermuizen ook belangrijk ter oriëntatie. Rijen bomen gebruiken ze bijvoorbeeld om de weg naar hun jachtgebied te vinden.

Het is verboden vleermuizen opzettelijk te verstoren, te vangen of te doden. Ook is het verboden de verblijfplaatsen te beschadigen of vernielen, ook wanneer deze op dat moment tijdelijk niet in gebruik zijn. Bovendien is ook de omgeving beschermd die een vleermuis nodig heeft om te leven, zoals het jachtgebied en vaste vliegroutes. Daarom is het verplicht om voor alle handelingen die effect hebben op vleermuizen een ontheffing Wnb(*) aan te vragen.

(*) klik hier voor uitleg in de begrippenlijst