ontwerp & realisatie >> edening

mijn groen maastricht

Begrippen

Hieronder vindt u nadere uitleg van een aantal begrippen die gebruikt worden in Wet natuurbescherming (Wnb), Omgevingsvergunning en Veelvoorkomende diersoorten.

Activiteiten

Activiteiten, handelingen, werkzaamheden en ingrepen.

Broedseizoen

De periode waarin vogels nesten bouwen, eieren leggen en de jongen verzorgen. Het verschilt per vogelsoort wanneer dit precies is, maar is meestal in de periode tussen maart en augustus.

Ecologisch deskundige

Iemand die aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soort-specifieke ecologie. Deze persoon voldoet aan de deskundigheidseisen die gesteld zijn door het RVO. Onderzoek naar het effect van activiteiten op beschermde natuur, doet een ecologisch deskundige door middel van een quickscan (zie verderop) en eventueel nader onderzoek.

Mitigerende maatregelen

Maatregelen om het negatieve effect van een activiteit op natuur te beperken of voorkomen. Denk aan het uitvoeren van de activiteit buiten het broedseizoen, het afschermen van beschermde soorten tijdens de activiteit of het verplaatsen van al bestaande nestkasten. Indien mitigatie niet kan voorkomen dat er een negatief effect is of natuur verloren gaat, kan ook compensatie nodig zijn, zoals het plaatsen van nieuwe nestkasten of het inrichten van een nieuw stukje natuur. In een ontheffing Wnb kunnen mitigerende of compenserende maatregelen als voorwaarde opgelegd worden.

Omgevingsvergunning

Een omgevingsvergunning is een vergunning (toestemming) van de gemeente voor activiteiten in de leefomgeving, waaronder (ver)bouwen, aanleg van wegen, slopen en kappen. In deze vergunning kunnen meerdere activiteiten tegelijk toegestaan worden, als deze binnen één project vallen. Besluiten worden genomen door de gemeente, volgens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Hoe u deze omgevingsvergunning aan kunt vragen vindt u hier.

Ontheffing Wnb

Een ontheffing Wet natuurbescherming (Wnb) maakt voor een bepaalde situatie een uitzondering op het verbod van deze wet om beschermde soorten te schaden. Hiermee krijgt u toestemming om een overtreding te begaan voor één of meerdere beschermde soort. Hier kunnen voorwaarden in opgenomen worden, zoals de uitvoerperiode of manier van uitvoeren. Deze voorwaarden zijn verplichtend, als ze niet nageleefd worden, wordt de vergunning ingetrokken worden. Als u deze toestemming tot overtreding zelf aanvraagt bij de provincie heet dit een ontheffing Wnb. Als u al een traject gestart bent voor een omgevingsvergunning bij uw gemeente, kan de gemeente deze toestemming uit uw naam aanvragen bij de provincie en dit heet dan een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb). Hoe u deze toestemming aan kunt vragen vindt u hier.

Passende beoordeling

Een beoordeling waarmee het exacte effect van een geplande activiteit bepaald wordt voor een Natura 2000 gebied. Deze beoordeling wordt uitgevoerd op het moment dat uit vooronderzoek blijkt dat de activiteit significante negatieve effecten kan hebben op de doelen die voor het gebied gelden.

Steenmarter specialist

Iemand die de cursus Steenmarter heeft gevolgd bij het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen, of die aangesloten is bij het Netwerk Steenmarter overlast van de stichting IKL (instandhouding kleine landschapselementen).

Vergunning Natura 2000

Een vergunning Natura 2000 maakt voor een bepaalde situatie een uitzondering op het verbod van de Wnb om een Natura 2000-gebied negatief de beïnvloeden. Hiermee krijgt u toestemming om dit verbod te overtreden. In de vergunning zullen voorwaarden opgenomen zijn, om de gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen, beperken en schade te herstellen of compenseren. Deze voorwaarden zijn verplichtend, als ze niet nageleefd worden, wordt de vergunning ingetrokken worden. Als u deze toestemming tot overtreding zelf aanvraagt bij de provincie, heet dit een vergunning Natura 2000. Als u al een traject gestart bent voor een omgevingsvergunning bij uw gemeente, kan de gemeente deze toestemming uit uw naam aanvragen bij de provincie en dit heet dan een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb). Hoe u deze toestemming aan kunt vragen vindt u hier.

Quickscan

Een quickscan is een kort vooronderzoek om in kaart te brengen of de geplande activiteiten effect kunnen hebben op planten- en diersoorten of gebieden die beschermd worden in de Wet natuurbescherming. Dit vooronderzoek wordt uitgevoerd door een ecologisch deskundige. Hierbij wordt gekeken naar de locatie van de activiteit en wat er precies gedaan zal gaan worden. Er wordt onderzocht welke beschermde soorten in de buurt en op die plek voorkomen en welke natuurgebieden in de buurt liggen. Dit gebeurt zowel met informatie uit literatuur, als ook door een bezoek aan en verkenning van de locatie. Het veldbezoek kan het beste plaatsvinden in het zomerhalfjaar, omdat de meeste soorten dan actief zijn. Als een veldbezoek in het zomerhalfjaar niet mogelijk is, zal er een literatuuronderzoek gedaan worden om te bepalen hoe geschikt de locatie is voor beschermde soorten, een zogenaamd habitatgeschiktheidsonderzoek. Het kan zijn dat de quickscan nog niet voldoende inzicht geeft in het effect van de activiteit. In dat geval is er nader onderzoek nodig.

Aan de hand van de quickscan maakt de ecologisch deskundige een rapport, waarin staat wat er onderzocht is en wat de uitkomsten zijn. Hierin staat informatie over de volgende onderdelen:

  1. de locatie in detail omschreven
  2. omschrijving van de precieze activiteit
  3. de periode waarin de activiteit uitgevoerd zal worden
  4. de manier van onderzoeken, inclusief een kort veldbezoek (datum hiervan wordt vermeld)
  5. welke beschermde soorten aanwezig zijn of kunnen zijn
  6. meer informatie over deze soorten
  7. of er beschermde natuurgebieden in de buurt liggen
  8. de gevolgen van de activiteit op de soorten en natuurgebieden
  9. of hiermee verbodsbepalingen overtreden worden
  10. eventuele mitigerende maatregelen

Als de quickscan met zekerheid laat zien dat de activiteit geen negatief effect heeft, is er geen ontheffing Wnb nodig voor het aanvragen van de omgevingsvergunning. Dit is het geval als er geen beschermde soorten aanwezig zijn, of als zij wel aanwezig zijn, maar niet beïnvloed worden door de activiteit. Dit kan bijvoorbeeld als er vleermuizen onder het dak verblijven, maar er met de activiteit alleen aan de kelder gewerkt wordt. Of als er een beschermde soort gevonden wordt die niet het hele jaar aanwezig is en de activiteit in een periode uitgevoerd wordt waarin deze soort er niet is. Hierbij is het wel belangrijk dat de activiteit ook op een later moment geen negatief effect heeft op deze soort, bijvoorbeeld door het vernielen van de verblijfplaats. Als er geen negatief effect zal zijn, zal het onderzoeksrapport bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wel bij de gemeente ingediend moeten worden om te laten zien dat er onderzoek gedaan is.

Als de quickscan met zekerheid aantoont dat de activiteit wel negatief effect heeft en het precieze effect hierbij bekend is, moet een ontheffing Wnb of Vvgb aangevraagd worden. Met deze ontheffing kan vervolgens de aanvraag van de omgevingsvergunning afgerond worden.

Als uit de quickscan niet volledig duidelijk is welk effect de activiteit heeft, zal er nader onderzoek plaats moeten vinden. Dit is bijvoorbeeld het geval als het onderzoek in een periode wordt uitgevoerd waarin de beschermde soorten niet actief of aanwezig zijn, vaak in de winter. In dat geval moet er in de juiste periode nader onderzoek gedaan worden.

Nader onderzoek na quickscan

Nader onderzoek wordt aanvullend op een quickscan gedaan. Hierbij worden de mogelijke effecten uit de quickscan gedetailleerd onderzocht. Dit nader onderzoek wordt uitgevoerd door een ecologisch deskundige. Dit onderzoek is uitgebreider dan een quickscan en kan enkele dagen tot enkele maanden duren. Dit zal in de meeste gevallen in het zomerhalfjaar moeten gebeuren, omdat de meeste soorten dan actief zijn.

Aan de hand van het nader onderzoek maakt de ecologisch deskundige een rapport wat vergelijkbaar is met dat van een quickscan. Maar omdat het onderzoek veel uitgebreider is, zal het rapport dieper ingaan op de gevonden resultaten en de mogelijke effecten van de activiteit.

Als het nader onderzoek uitsluit dat de activiteit negatief effect heeft, is er geen ontheffing Wnb nodig voor het aanvragen van de omgevingsvergunning. Wel zal dit rapport bij de gemeente ingediend moeten worden bij de aanvraag van de omgevingsvergunning, om te laten zien dat er onderzoek gedaan is.

Als het nader onderzoek aantoont dat de activiteit een negatief effect heeft, en wat dit effect precies is, moet een ontheffing Wnb aangevraagd worden bij de provincie. Met deze ontheffing kan vervolgens de aanvraag van de omgevingsvergunning afgerond worden.